4 Functioneel gebruiken in de les


De stamboom
Meester Robert laat de leerlingen van zijn groep 4 een stamboom maken. Ze tekenen een boom. In de kruin plakken ze fotootjes of tekenen ze hun familieleden. Ron heeft er ook zelf een gemaakt.

Bij het bespreken van de stambomen, die aan de muur zijn opgehangen, zegt Robert dat hij veel verschillen ziet. ‘Ik neem die van mij als voorbeeld. Kijk, hier sta ik, en hier mijn man. En dit is Sem. Weten jullie wie Sem is? Heel goed ja, Sem is mijn zoon. Jullie stamboom is natuurlijk anders, omdat je nog geen kinderen hebt. En jullie zijn ook nog niet getrouwd. En ik zag ook niemand met twee vaders, zoals Sem, of twee moeders of ben ik in de war?’ Nu reageert Arno: ‘Jawel, Jochem heeft twee moeders en twee vaders.’ Meester Robert knikt: ‘Inderdaad, Jochem zat vorig jaar bij jullie in de klas. Bij hem is het net als bij Sem’. Dan vraagt Robert wie iets wil vertellen over hun vaders en moeders.